Vokabeln lernen
Tipps
Lernmethode
Start
Wozzol
Tipps
Lernmethode
Vokabellisten
Nachrichten
Vokabeln lernen
Folgen Sie Wozzol auf Social Media
Vokabelliste
Vokabellisten
Frans
Malmberg
D'accord3
56v
5-6vwo-H6-FN
Überprüfe immer, ob eine Wörterliste korrekt ist, bevor du sie lernst.
Aktionen
Offene Liste zum Lernen
Drucken Sie die Liste als
flashcards
Liste als Textdatei exportieren
Frans
Nederlands
anglophone
=
Engelstalig
bilingue
=
tweetalig
consécutif
=
achtereenvolgend
consulter
=
raadplegen
d’ailleurs
=
trouwens
efficace
=
doeltreffend
en tant que
=
als
entretemps
=
ondertussen
faire des recherches
=
onderzoek doen
généralement
=
in het algemeen
l’enregistrement (m)
=
de opname
l’intention (v)
=
de bedoeling
l’orateur (m)
=
de spreker
la base de données
=
een database
la formation
=
de opleiding
la langue maternelle
=
de moedertaal
le glossaire
=
de woordenlijst
maîtriser
=
beheersen
oral
=
gesproken
petit à petit
=
langzaamaan
prendre la relève
=
de beurt overnemen
simultané
=
gelijktijdig
tenter
=
aantrekken
un concours
=
een examen
un interprète
=
een tolk
une blague
=
een grapje
une boîte privée
=
een particulier bedrijf
à l’issue de
=
na afloop van
croiser le chemin de quelqu’un
=
iemand tegenkomen
disponible
=
beschikbaar
en partant
=
door te vertrekken
être réceptif à
=
ontvankelijk zijn voor
germer
=
ontkiemen
l’interlocuteur (m)
=
de gesprekspartner
la barrière
=
de afsluiting
la vocation
=
de roeping
le fil conducteur
=
de rode draad
mener une enquête
=
een onderzoek leiden
rédiger
=
schrijven
témoigner
=
getuigen
à compter de
=
vanaf
au sein de
=
in
avoir accès à
=
toegang hebben tot
devenir membre
=
lid worden
emprunter
=
lenen
initier
=
inwijden
l’agriculture biologique (v)
=
de biologische landbouw
l’association (v)
=
de vereniging
l’échange de services (m)
=
de uitwisseling van diensten
la date de souscription
=
de datum van inschrijving
la reconnaissance
=
de dankbaarheid
la validité d’une inscription
=
de geldigheid van een inschrijving
le numéro d’adhérent
=
het lidmaatschapsnummer
le quotidien
=
het dagelijks leven
mettre en relation
=
in contact brengen
relater
=
vertellen
s’accrocher
=
zich vastklampen
agir
=
handelen
alterner
=
afwisselen
au bout de
=
aan het einde van
conscient
=
bewust
franchir
=
passeren
franchir le pas
=
de sprong wagen
se limiter
=
zich beperken
malin
=
slim
une mise de départ
=
een startkapitaal
la moule
=
de mossel
multiplier
=
vermenigvuldigen
parier
=
wedden
passer à côté de
=
niet in overeenstemming zijn met
la précaution
=
de voorzorg
le prétexte
=
het voorwendsel
le trou
=
het gat
le rocher
=
de rots
bicentenaire
=
tweehonderdjarig
convaincu
=
overtuigd
désormais
=
voortaan
échouer
=
falen
être reçu
=
geslaagd zijn
l’angoisse (v)
=
de angst
l’épreuve écrite (v)
=
het schriftelijke examen
l’éternité (v)
=
de eeuwigheid
l’Hexagone (m)
=
Frankrijk
l’inégalité (v)
=
de ongelijkheid
l’institution (v)
=
de instelling
la perte de temps
=
het tijdverlies
le bachelier
=
iemand met een diploma van de middelbare school
le privilégié
=
de bevoorrechte
le rempart
=
de wal
nulle part
=
nergens
rendre sa copie
=
zijn werk inleveren
supprimer
=
afschaffen
trembler
=
bang zijn