Vokabeln lernen
Tipps
Lernmethode
Start
Wozzol
Tipps
Lernmethode
Vokabellisten
Nachrichten
Vokabeln lernen
Folgen Sie Wozzol auf Social Media
Vokabelliste
Vokabellisten
Frans
Malmberg
D'accord3
4havo
4havo-H6-FN
Überprüfe immer, ob eine Wörterliste korrekt ist, bevor du sie lernst.
Aktionen
Offene Liste zum Lernen
Drucken Sie die Liste als
flashcards
Liste als Textdatei exportieren
Frans
Nederlands
accueillir / recevoir
=
ontvangen
en premier lieu
=
in de eerste plaats
essentiellement
=
voornamelijk
étroit
=
nauw / smal
gourmand
=
voor fijnproevers
la cave
=
de kelder
la commune
=
de gemeente
la dégustation
=
het proeven
la vigne
=
de wijngaard
le chèvre
=
de geit
le fromage
=
de kaas
le guide
=
de gids
le plat de résistance
=
het hoofdgerecht
le site
=
de bezienswaardigheid / het natuurgebied
le vignoble
=
het wijnbouwgebied / de wijngaard
le viticulteur
=
de wijnboer
lorsque
=
wanneer / als
médiéval / médiévale
=
middeleeuws
ne que / ne … que
=
slechts / alleen maar
plein de
=
veel / een heleboel
une hôtesse d’accueil
=
een gastvrouw
uniquement
=
alleen maar
l’eau potable
=
het drinkwater
l’itinéraire
=
de route
la prestation
=
de dienstverlening
le paysage
=
het landschap
léger
=
licht
louer
=
huren / verhuren
pédaler
=
fietsen
recommander
=
aanbevelen
relier
=
verbinden
s’adapter à
=
zich aanpassen aan
un accueil
=
een ontvangst
un hébergement
=
een onderdak / huisvesting
assister à
=
bijwonen
au sommet de
=
op de top van
calculer
=
berekenen / uitrekenen
contempler
=
bewonderen
flâner
=
slenteren
l’ascenseur
=
de lift
l’escalade
=
de beklimming
la destination
=
de bestemming
la marche
=
de traptrede
le rocher
=
de rots
les plus fréquentées
=
de meest bezochte
s’asseoir
=
gaan zitten / zitten
un employé
=
een werknemer
une tour
=
een toren
entouré de
=
omringd door
considérer
=
beschouwen
élever
=
kweken / fokken
soutenir
=
ondersteunen
survivre
=
overleven
tomber malade
=
ziek worden
une huître
=
een oester
une obligation
=
een verplichting
accélérer
=
versnellen
des produits manufacturés
=
afgewerkte producten
échapper
=
ontglippen / ontvluchten
imbattable
=
onverslaanbaar
l’or
=
het goud
la domination
=
de heerschappij
le savoir-faire
=
de knowhow / de kennis / de kennis van zaken
un phare
=
een vuurtoren