Vokabeln lernen
Tipps
Lernmethode
Start
Wozzol
Tipps
Lernmethode
Vokabellisten
Nachrichten
Vokabeln lernen
Folgen Sie Wozzol auf Social Media
Vokabelliste
Vokabellisten
Duits
De Uitgeversgroep
DUI 1 op A2-niveau
A2 - Deel Recreatie - 1e editie
LHH/SB4 DUI 1 Hoofdstuk 6
Überprüfe immer, ob eine Wörterliste korrekt ist, bevor du sie lernst.
Aktionen
Offene Liste zum Lernen
Drucken Sie die Liste als
flashcards
Liste als Textdatei exportieren
Duits
Nederlands
der Aal
=
de aal, paling
an der rechten Seite
=
aan de rechterzijde
am Ende
=
aan het eind
das Therapieangebot
=
aanbod van therapieën
die Anreise / die Abfahrt
=
aankomst / vertrek
der Fähranleger
=
de aanlegsteiger / plaats v / h, veer
ansprechen
=
aanspreken
das Hinweisschild
=
het aanwijzingsbord
die Unterkunft
=
de accommodatie
abseits
=
afgelegen
abhängig
=
afhankelijk
abkühlen / frösteln
=
afkoelen / koud hebben
die Klimaanlage
=
de airco
MTB (das)
=
ATB
die Badewanne
=
het bad / de badkuip
der Bademantel
=
de badjas
der Badeort, Kurort
=
de badplaats
das Gepäck / die Bagage
=
de bagage
Grillplatz (der)
=
barbequeplek
Einsteiger (der)
=
beginner
besteigen
=
beklimmen
zu erreichen
=
bereikbaar / te bereiken
verfügen über
=
beschikken over
die Bestätigung
=
de bevestiging
der Saunabesuch
=
het bezoek aan de sauna
innerorts
=
binnen de bebouwde kom / binnen de plaats
das Innenbecken
=
het binnenbad
der Feuerlöscher
=
het blusapparaat
reservieren / buchen
=
boeken
Bogen schießen
=
boogschieten
unscharf
=
bot (niet scherp)
der Brandmelder omgeving
=
de brandmelder
Brotspieß (der)
=
broodspies
das Außenbecken
=
het buitenbad
der Schreibtisch
=
het bureau
der Hauptbahnhof
=
het centraal station
die zentrale Lage
=
de centrale ligging
die Anlage
=
het complex
Ein Kongreß
=
congres, een
der Tagungsraum / Tagungsräume
=
de congresruimte / de congresruimten
der Tagungsbereich
=
de congressector
die Kultur
=
de cultuur
die Dünen
=
de duinen
der Eimer
=
de emmer
das einzige Haus
=
het enige huis
anerkannt
=
erkend
das Zustellbett
=
het extra bed
zusätzlich
=
extra
Radkarten der Umgebung
=
fietskaarten van de
die Fahrradstrecke
=
de fietsroute
Fahrradverleih (der)
=
fietsverhuur
der Stau
=
de file
Dufte
=
gaaf
Gebrauch machen von
=
gebruik maken van
die Entfernungsangaben
=
de gegevens over afstand
gültig
=
geldig
schallgeschützt
=
geluiddicht
die Handyeignung
=
geschikt voor mobieltjes
zusammen, alle zusammen
=
gezamenlijk
der Golfplatz
=
de golfbaan
die Liegewiese
=
het grasveld / de ligweide (om te zonnen)
graben
=
graven
Turnschuhe (die)
=
gymschoenen
Halbpension, Vollpension
=
halfpension, volpension
der Hering
=
de haring
das Festland
=
het vaste land
der Standort
=
hier bevindt u zich
hoteleigener Park
=
hotelpark, het
mieten, leihen
=
huren
an die frische Luft gehen
=
in de frisse lucht / naar buiten gaan
seinerzeit
=
in die tijd
auf jedem Fall
=
in elk geval
im Wald
=
in het bos
einbegriffen
=
inbegrepen
Indianertanz (der)
=
indianendans
der Informationsprospekt
=
de informatiefolder
der Tintenfisch
=
de inktvis
der Internetzugang
=
de internettoegang
klauen (stehlen)
=
jatten (stelen)
die Seilbahn
=
de kabelbaan
das Kaminzimmer
=
de kamer met open haard
die Zimmerausstattung
=
de kamerinrichting
Zimmer mit Verbindungstüren
=
kamers met verbindingsdeuren
Lagerfeuer (das)
=
kampvuur
die Sandburg
=
het kasteel van zand
die Ausstattungsmerkmale
=
de kenmerken van de inrichting
die Küche
=
de keuken
Kind (das)
=
kind
Kinder (die)
=
kinderen
die Kinderbetreuung
=
de kinderopvang
Umkleidekabine Damen / Herren
=
kleedhokje dames /
die Schliessfächer
=
de kluisjes
die kalte Dusche
=
de koude douche
der Zeitungsstand
=
de krantenstandaard
der Kräutertee
=
de kruidenthee
das Lesezimmer
=
de leeskamer / leesruimte
achten auf
=
letten op
Limo (die)
=
limonade
jodhaltigen Luft
=
lucht met jodium erin
faulenzen
=
luieren
das Luxushotel
=
het luxe hotel
Diabetikerkost diabetespatiënten / vegetarische Kost vegetariërs
=
maaltijden voor
die Reitanlage
=
de manege
die meisten Unterkünfte
=
de meeste accommodaties
Mit Aufpreis / Zuschlag
=
met toeslag
das Mittelmeer
=
de Middellandse Zee
ein schöner Panoramablick / Ausblick
=
mooi vergezicht, een
ein schöner Fußweg
=
mooi voetpad, een
nach Verfügbarkeit
=
naar beschikbaarheid
die Natur
=
de natuur
unweit + 2
=
niet ver van … vandaan
der Notausgang
=
de nooduitgang
die Nordsee
=
de Noordzee
die Nordseeinsel
=
het Noordzee-eiland
zum Abkühlen
=
om af te koelen
umziehen
=
omkleden
unten
=
onderaan
die Tiefgarage
=
de ondergrondse parkeergarage
der Flucht- und Rettungsplan
=
het ontruimingsplan
die Empfänge
=
de ontvangsten / recepties
die Ostsee
=
de Oostzee
zu bestimmten Zeiten
=
op bepaalde momenten / tijden
Auf Urlaub in den Niederlanden
=
op vakantie in Nederland
Aufbauen, abbauen
=
opbouwen, afbreken
abholen
=
ophalen
das Lager
=
de opslagruimte
die Eltern
=
de ouders
Übernachtung mit Frühstück
=
overnachting met ontbijt,
die Überfahrt
=
de overtocht
der Pier
=
de pier
Pfeile (die)
=
pijlen
Platz nehmen / sich setzen
=
plaatsnemen / gaan zitten
Standplatznummer (die)
=
plaatsnummer
Tor (das)
=
poort
geradeaus
=
rechtdoor
die Rettungsweste
=
het reddingsvest
das Reservierungsformular
=
het reserveringsformulier
die Reservierungsgebühr / die Reservierungskosten
=
de reserveringskosten
die Gaststätte / das Restaurant
=
het restaurant
die Riesenrutsche
=
de reuzeglijbaan
die Saunaführung
=
de rondleiding door de sauna
großzügig
=
royaal
ausruhen / sich ausruhen
=
rusten
die Säfte
=
de sapjes
der Saunabereich
=
het saunagebied
die Muschel
=
de schelp
schräg gegenüber
=
schuin tegenover
scheu
=
schuw
Spielplatz (der)
=
speelplaats
das Dampfbad
=
het stoombad
zur Verfügung stehen
=
ter beschikking staan
Indianerzelt (der)
=
tipi
die Kurtaxe
=
de toeristenbelasting
der Gipfel
=
top (van een berg)
der Turm
=
de toren
insgesamt
=
totaal
der Transfer zum Hotel
=
de transfer naar het hotel
die Bahn, der Zug
=
de trein
die Zwiebel
=
de ui
die Cocktaileinladung
=
de uitnodiging voor een drankje
oft, öfters
=
vaak, vaker
die Ferien verbringen
=
de vakantie doorbrengen
der Urlaub
=
de vakantie
vom Badestrand entfernt
=
van het strand vandaan
auf Grund
=
vanwege
v.m. (vieles mehr)
=
veel meer
die Fähre
=
het veer
die Fährpreise
=
de veerprijzen
unterschiedliche / verschiedene
=
verschillende (van elkaar verschillend)
der Fisch
=
vis
die Fischbude
=
viskraam
die Fahnen
=
Vlaggen
der Flughafen
=
het vliegveld
der Fluchtweg
=
de vluchtweg
ausgebucht
=
volgeboekt
der Erwachsene
=
volwassene
die Erwachsenen
=
volwassenen
freier Eintritt
=
vrije toegang
die Watteninsel
=
het waddeneiland
der Wellnessbereich
=
het wellnessgebied
weltweit
=
wereldwijd
Wildpfad (der)
=
wilpad
der Wintergarten
=
de wintertuin
Yrseke
=
Yrseke
die Meeresklimakabine
=
de zeeklimaatcabine / de zeeluchtcabine
sich befinden hinter, vor, neben, bei
=
zich bevinden achter, voor, naast, bij
die Atemwegserkrankungen
=
de ziektes van de luchtwegen
Waldrand (der)
=
zoom van het bos
die Badehose
=
de zwembroek