Vokabeln lernen
Tipps
Lernmethode
Start
Wozzol
Tipps
Lernmethode
Vokabellisten
Nachrichten
Vokabeln lernen
Folgen Sie Wozzol auf Social Media
Vokabelliste
Vokabellisten
Engels
Malmberg
Of course!
Of course3-5vwo
Ofcourse3-5vwo-H2-EN ->
Überprüfe immer, ob eine Wörterliste korrekt ist, bevor du sie lernst.
Aktionen
Offene Liste zum Lernen
Drucken Sie die Liste als
flashcards
Liste als Textdatei exportieren
Engels
Nederlands
animosity
=
vijandigheid / wrok
backing
=
steun
bedrock
=
basis
blotch
=
vlek
cargo
=
vracht / lading
detect
=
waarnemen
digit
=
cijfer
dwindle
=
afnemen
estimate
=
schatten / inschatten
head for
=
afstevenen op
hull
=
romp
hurdle
=
hindernis / obstakel
immortalize
=
vereeuwigen
maritime
=
kust
oddity
=
vreemd iemand
pass away
=
doodgaan / overlijden
peerless
=
onovertroffen
perseverance
=
doorzettingsvermogen
persevere
=
volhouden / doorzetten
persistence
=
volharding
prodigy
=
wonderkind
reside
=
verblijven / wonen
sibling
=
broer / zus
unpredictable
=
onvoorspelbaar
weather depression
=
lagedrukgebied
aid
=
steunen / helpen
arthritis
=
reuma / gewrichtsontsteking
bilateral
=
betreffende twee landen
circumvent
=
ontduiken
contaminated
=
besmet / vervuild
cosmopolitan
=
wereld
crops
=
gewassen
cultivate
=
kweken / telen
developmental aid / developmental help
=
ontwikkelingshulp
enhance
=
versterken / verbeteren
evaporate
=
verdampen
impoverished
=
verarmd / verpauperd
ingenuity
=
vindingrijkheid / vernuft
innovator
=
vernieuwer
ostensibly
=
klaarblijkelijk
perishable
=
aan bederf onderhevig / beperkt houdbaar
PhD
=
doctorsgraad
provision
=
voorwaarde
scrap
=
schroot / oud ijzer
shortlisted
=
genomineerd
solar-powered
=
op zonne-energie
squeeze
=
uitknijpen / knijpen
sustainable
=
duurzaam
terminate
=
beëindigen / stopzetten
treaty
=
verdrag
wearing
=
vermoeiend
account for
=
een verklaring geven voor / zich verantwoorden voor
affluent
=
rijk / welvarend
aggravate
=
verergeren
alienate
=
vervreemden
collaborate
=
samenwerken
corporate
=
bedrijfs
corporation
=
grote onderneming
deficit
=
tekort
denounce
=
veroordelen
deteriorate
=
verslechteren
exhaustive
=
volledig
exploitative
=
uitbuitend
hindsight
=
wijsheid achteraf
lecture theatre
=
collegezaal
malignant
=
schadelijk
pre-requisite
=
vereiste / voorwaarde
preside over
=
voorzitter zijn van / voorzitten
pursue
=
trachten te bereiken / ambiëren
reconsider
=
heroverwegen
reform
=
hervorming
scrutiny
=
nauwgezet onderzoek
tightened
=
verscherpt
value
=
waarderen
welfare state
=
verzorgingsstaat
wrestle
=
worstelen
appeal to
=
in beroep gaan bij
assert
=
beweren / verklaren
bend
=
bocht
bias
=
vooroordeel
cast
=
gieten
chunk
=
brokje / stukje
consensus
=
overeenstemming
contend
=
wedijveren / strijden
controversial
=
omstreden
deem
=
beschouwen als / achten
defection
=
overlopen / geval van overlopen
delirious
=
uitzinnig
erudite
=
geleerd / met uitgebreide kennis
feasible
=
uitvoerbaar / haalbaar
implication
=
gevolg
ineligible
=
onverkiesbaar
intractable
=
onhandelbaar / eigenzinnig
lean
=
mager
modify
=
wijzigen
overturn
=
ongedaan maken
refute
=
weerleggen
slice
=
in plakken snijden
sneak a look
=
heimelijk kijken
straight
=
recht
stunning
=
ongelooflijk
advocate
=
voorstander zijn van
allegedly
=
zogenaamd
appalling
=
verschrikkelijk
authorize
=
toestemming geven
aversion
=
afkeer
blatant
=
overduidelijk
comply with
=
zich schikken naar
conciliatory
=
verzoeningsgezind
confirmation
=
bevestiging
conscientious objector
=
gewetensbezwaarde
constriction
=
beperking
custody
=
voogdij
define
=
omschrijven / definiëren
enforce
=
handhaven
fabricated / trumped-up
=
verzonnen
hearing
=
verhoor
illiteracy
=
analfabetisme
implement
=
uitvoeren
legislative
=
wetgevend
meticulous
=
nauwkeurig / uiterst nauwkeurig
permeate
=
zich verspreiden door / zich spreiden door
plausible
=
aannemelijk / geloofwaardig
regain
=
terugwinnen
reinforce
=
ondersteunen
unconditional
=
onvoorwaardelijk