Vokabeln lernen
Tipps
Lernmethode
Start
Wozzol
Tipps
Lernmethode
Vokabellisten
Nachrichten
Vokabeln lernen
Folgen Sie Wozzol auf Social Media
Vokabelliste
Vokabellisten
Engels
Malmberg
Of course!
Of course3-5havo
Ofcourse3-5h-H6-EN ->
Überprüfe immer, ob eine Wörterliste korrekt ist, bevor du sie lernst.
Aktionen
Offene Liste zum Lernen
Drucken Sie die Liste als
flashcards
Liste als Textdatei exportieren
Engels
Nederlands
access
=
toegang
accuracy
=
nauwkeurigheid
adores
=
aanbidden
behavioural
=
gedrags
browse
=
bladeren
crop up
=
opduiken
detention
=
opsluiting
disdain
=
minachting
down-to-earth
=
nuchter
evade
=
ontwijken
findings
=
conclusies / uitkomsten
implement
=
uitvoeren
indifferent
=
onverschillig
indignant
=
verontwaardigd
issue
=
probleem
keen
=
enthousiast
modest
=
bescheiden
persecution
=
vervolging
prejudice
=
vooroordeel
ratings
=
kijkcijfers
reluctantly
=
met tegenzin
resentment
=
haat / wrok
scrutiny
=
nauwkeurig onderzoek
strained
=
gespannen
tendency / inclination
=
neiging
vain
=
ijdel
assess
=
beoordelen
committed to
=
toegewijd aan
conduct
=
uitvoeren / doen
conform to
=
zich aanpassen aan
design
=
ontwerpen
designer
=
ontwerper
discard
=
wegdoen / terzijde schuiven
elaborate on
=
uitweiden over
explore
=
onderzoeken / verkennen
fertilization
=
bevruchting
gather
=
verzamelen
genetically
=
genetisch
ignite
=
ontbranden
match
=
partner
muscles
=
spieren
pursue
=
proberen te bereiken / nastreven
siblings
=
broers en zussen / broers of zussen
stun
=
versteld doen staan
test tube
=
reageerbuis
the odds are
=
het is hoogst waarschijnlijk
tissue
=
weefsel
transfer
=
overbrengen
transplant
=
transplanteren
unreliable
=
onbetrouwbaar
verify
=
checken / vaststellen
yield
=
opleveren
accused
=
verdachte
base
=
vals / gemeen
clipping
=
stukje / fragment
complaint
=
klacht
controversy
=
onenigheid / verdeeldheid
deem
=
achten / beschouwen als
frequency
=
aantal binnen een bepaalde tijd
infamous
=
berucht
needless
=
onnodig
pitfall
=
valkuil
returns
=
opbrengsten
salesman
=
vertegenwoordiger
utter
=
uitbrengen
citizenship
=
staatsburgerschap / burgerschap
fuel
=
verergeren
grant
=
verlenen / toekennen
haven
=
schuilplaats
influx
=
toevloed / stijging
meltdown
=
ineenstorting
pitch
=
sportveld / veld
prime
=
voornaamste
property
=
onroerend goed
prospective
=
aanstaand / toekomstig
prosperous
=
rijk / welvarend
real estate agent
=
makelaar
replica
=
kopie
scathing
=
vernietigend / scherp
screen
=
uitzenden
speculator
=
speculant
takeover
=
overname
tax evasion
=
belastingontduiking
turmoil
=
verwarring / beroering
turnstile
=
draaihek
verge
=
rand (van iets wat gaat gebeuren) / rand
booming
=
snelgroeiend
commerce
=
zaken
curb
=
in toom houden / beperken
deficit
=
tekort
entrepreneur
=
zakenman / ondernemer
franchise
=
zaak (binnen een winkelketen) / zaak
impose
=
opleggen
incentive
=
prikkel / aansporing
jeopardise
=
in gevaar brengen
liquidate
=
sluiten / opheffen
menace
=
bedreiging
merger
=
fusie
pics
=
foto’s
revenue
=
opbrengst / winst (van een bedrijf) / winst
tempt
=
in verleiding brengen
wary of
=
op je hoede voor
arbitrary
=
willekeurig
beyond
=
verder dan
choking
=
verstikkend
comprehensive
=
veelomvattend / uitgebreid
cradle
=
bakermat / wieg
detect
=
bespeuren / ontdekken
exploit
=
uitbuiten
fade away
=
langzaam verdwijnen / vervangen
holler
=
hard roepen
impoverished
=
verarmd
intervention
=
tussenkomst (om erger te voorkomen) / tussenkomst
jam
=
volstoppen / volproppen
meanwhile
=
intussen
nurture
=
(iets helpen) ontwikkelen / ontwikkelen
obligatory
=
verplicht
outsource
=
uitbesteden
reside
=
wonen (formeel) / wonen
resort to
=
zijn toevlucht nemen tot (iets negatiefs) / zijn toevlucht nemen
surrogacy
=
draagmoederschap
traffic jam
=
file