Vokabeln lernen
Tipps
Lernmethode
Start
Wozzol
Tipps
Lernmethode
Vokabellisten
Nachrichten
Vokabeln lernen
Folgen Sie Wozzol auf Social Media
Vokabelliste
Vokabellisten
Engels
Malmberg
Of course!
Of course2-5vwo
Ofcourse2-5v-H2-NE
Überprüfe immer, ob eine Wörterliste korrekt ist, bevor du sie lernst.
Aktionen
Offene Liste zum Lernen
Drucken Sie die Liste als
flashcards
Liste als Textdatei exportieren
Engels
Nederlands
foundation
=
basis
to be tried
=
berechten / verhoren
involvement in
=
betrokkenheid bij
reliability
=
betrouwbaarheid
to ensure
=
garanderen
to prosecute
=
gerechtelijk vervolgen
to recall
=
zich herinneren / herinneren
provided that
=
op voorwaarde dat / mits
to reveal
=
openbaren / onthullen
to abandon
=
opgeven / afstand doen van
to suspend
=
schorsen
reverse
=
tegenovergestelde / omgekeerde
to stand trial
=
terechtstaan / voor het gerecht brengen
to adhere to
=
vasthouden aan / niet afwijken van
suspect
=
verdachte
to be convicted
=
veroordelen (d.w.z. officieel schuldig verklaren) / veroordelen
to represent
=
vertegenwoordigen
to acquit
=
vrijspreken
previous
=
eerder / vorig
heart rate
=
hartslag
to measure
=
meten
controversial
=
omstreden / geruchtmakend
to underestimate
=
onderschatten
to track
=
opsporen / volgen
access to
=
toegang tot
supervision
=
toezicht
anaesthetic
=
verdoving
to oblige
=
verplichten (volgens de regels) / verplichten
to alert to
=
wijzen op het gevaar van
distraction
=
afleiding
to rate
=
beoordelen (van niveau, kwaliteit) / beoordelen
frantic
=
uiterst bang / uiterst bezorgd
to dominate
=
een overheersende invloed hebben op
glib
=
glad (woorden, spreker) / glad
catering business
=
horeca
to impose on s.b. / to impose on somebody / to impose
=
iemand iets opleggen
inconsistency
=
iets inconsequents en onlogisch
to curb
=
in toom houden / bedwingen
pursuit of
=
jacht op
ratings
=
kijkcijfers
infantile
=
kinderachtig
crusade
=
kruistocht
to provide
=
leveren
foreseeable
=
nabije (toekomst) / nabije
to amount to
=
neerkomen op
shoddy
=
niet degelijk / van een slechte kwaliteit
to undermine
=
ondermijnen / verzwakken
regardless of
=
ongeacht
shallow
=
oppervlakkig
flashy
=
opvallend / opzichtig
redundant
=
overbodig
to overestimate
=
overschatten
fee
=
contributie
exploitation
=
uitbuiting
to rub out
=
uitgummen / wegvegen
curriculum
=
vakkenaanbod / studiepakket
comparable
=
vergelijkbaar
diversity
=
verscheidenheid
to enhance
=
versterken
polluter
=
vervuiler
former
=
voormalig / ex
so-called
=
zogenaamde
to address
=
aanpakken
significant
=
aanzienlijk
deterrent
=
afschrikmiddel
board
=
bestuur
penalty
=
boete
brutal
=
bruut / beestachtig
citizen
=
burger
decline
=
daling in cijfers / daling
additional
=
extra
remedy
=
geneesmiddel / middel
testimony
=
getuigenverklaring
to spill
=
knoeien / morsen
to resemble
=
lijken op
step
=
maatregel
skinny
=
mager
cooperation
=
medewerking
with regard to
=
met betrekking tot
misconception
=
misvatting
sample
=
monster / voorbeeld
to overturn
=
omvallen
distinction
=
onderscheid
wrongly
=
onterecht
prosecutor
=
openbare aanklager / officier van justitie
inadvertently
=
per ongeluk / onopzettelijk
temporary
=
tijdelijk
to mutilate
=
verminken
obligation
=
verplichting
to volunteer
=
zich vrijwillig aanbieden
rarely
=
zelden
attorney
=
advocaat (AE) / advocaat
to tear down
=
afbreken
to monitor
=
afluisteren
involvement
=
betrokkenheid
encounter
=
confrontatie / treffen
to participate
=
deelnemen
to face
=
geconfronteerd worden met
gender
=
geslacht
inmate
=
gevangene
reminiscent of
=
herinnerend aan
to come across
=
overkomen
sanction
=
strafmaatregel
restitution
=
vergoeding
shift
=
verschuiving
to reconcile
=
verzoenen
preliminary
=
voorlopig / voorlopige
to emerge
=
tevoorschijn komen
proponent
=
voorstander
dignity
=
waardigheid
to confine to
=
beperkt tot
to cover
=
beslaan
fine
=
geldboete / boete
boundary
=
grens
speeding
=
te hard rijden
ideally
=
idealiter
equipment
=
materiaal
to aim at
=
mikken op
nosy
=
nieuwsgierig
a.o.
=
o.a.
among other things
=
onder andere
to be fired
=
ontslagen worden
to jump the lights
=
door rood rijden
range of
=
scala aan
to outsmart s.b. / to outsmart somebody
=
iemand te slim af zijn
to exploit
=
uitbuiten
to go down
=
uitvallen (tijdelijk) / uitvallen
skill
=
vaardigheid
to require
=
vereisen
to develop trust
=
vertrouwen wekken
shoplifting
=
winkeldiefstal
to shoplift
=
winkeldiefstal plegen
defendant
=
beklaagde
I can’t emphasize enough
=
Ik kan niet genoeg benadrukken
commitment
=
grote bereidheid om je in te zetten voor iets
to ignite
=
in brand steken
to urge
=
dringend verzoeken
to put an end to
=
een eind maken aan
inheritance
=
erfenis
contemporary
=
hedendaags
to cheer
=
juichen
accessory to
=
medeplichtig persoon aan
to be entitled to
=
recht hebben op
to justify
=
rechtvaardigen
to smack of
=
rieken naar / kenmerken vertonen van
urban
=
stedelijk
reluctance
=
tegenzin
in advance
=
van tevoren
determination
=
vastberadenheid
to condemn
=
veroordelen
to point out to someone
=
iemand wijzen op